Deze opdracht kan in de speelzaal of buiten worden gedaan. Gebruik een grote parachute.
De leerlingen zitten rondom de parachute en houden de rand vast. Samen maken ze kleine golven met de parachute. Daarna worden de golven steeds groter.
Probeer dit ook terwijl iedereen staat. Kunnen jullie de golven tegelijk maken? Wat gebeurt er als de bewegingen groter of kleiner worden?
Noem een kleur van de parachute. De leerlingen die deze kleur vasthouden, mogen onder de parachute dansen. De andere leerlingen maken samen golven met de parachute.
De dansers bewegen door de golven en kunnen zich daarbij voorstellen dat ze een personage of dier uit de zee zijn, bijvoorbeeld een kwal, zeemeermin, zeehond of vis.
Op een teken gaan de dansers terug naar hun eigen plek. Noem daarna een nieuwe kleur en een nieuw personage of dier.
Iedereen houdt de parachute vast. Til de parachute samen omhoog. Op een teken doet iedereen tegelijk een stap naar voren en gaat op de rand van de parachute zitten. Zo ontstaat er een grote tent over de groep.
Napraten:
Hoe was het om samen de parachute te bewegen? Wanneer lukte het goed om tegelijk te bewegen? Hoe was het om door de golven te dansen als een dier of personage?
Muziektip