Uit de Doeken

alleen of samen?

Deze opdracht kan buiten op het plein of binnen in het speellokaal.

Voorbereiding

1. Dansen vanuit een lichaamsdeel
Iedere leerling staat op een eigen eiland.
Zet de muziek aan. Kies samen een lichaamsdeel, bijvoorbeeld een hand. Laat de leerlingen vanuit dit lichaamsdeel een beweging maken. De hand kan bijvoorbeeld golven, en het lichaam beweegt mee. De leerlingen dansen om de eilanden heen.

Stop de muziek. Iedereen gaat terug naar het eigen eiland. Kies daarna een ander lichaamsdeel, bijvoorbeeld een elleboog, knie, schouder, neus of voet. Laat de leerlingen opnieuw ontdekken hoe ze vanuit dit lichaamsdeel kunnen bewegen.

Reflectie

2. Kijken en dansen
De helft van de leerlingen blijft op hun eiland. De andere helft danst om de eilanden heen.
Iedere danser kiest zelf een lichaamsdeel van waaruit hij of zij beweegt. De leerlingen op de eilanden kijken.
Stop de muziek en wissel de groepen.

Reflectie

Reflectie

Reflectie

Muziektip:

Koppeling met de voorstelling
In de voorstelling Uit de Doeken dansen de dansers soms alleen en soms samen. Soms zijn ze dicht bij elkaar en soms nemen ze afstand van elkaar.

Let tijdens de voorstelling maar eens op: wanneer danst iemand alleen? Wanneer dansen de dansers samen? En hoe ziet dat eruit?

Misschien ontdek je wel meer manieren waarop de dansers alleen en samen bewegen.

Bekijk hierna samen de filmpjes over de dansers, de kijkopwarmer en de theaterregels >